Categorieën
Bezinning Broeder van het Leven

Dagopening

December 2021

De morgen is begonnen. Ik ben opgestaan met buikpijn van gisteren: emoties om dingen die ik wil en de ander niet, om het onbegrepen zijn en het gebrek aan eigen begrip voor een ander. De rommelachtigheid van het leven dat me tot nobele doelen inspireert en vervolgens opzadelt met modder en drek, stress, teleurstelling en pijn – pijn ook die ik aan een ander toebreng terwijl ik dat helemaal niet wil, maar het gebeurt gewoon.

Tegelijk is daar het genie van religie, die innerlijke beweging naar een tijd en ruimte waar de buikpijn niet is, waar alles samenvalt en goed komt. Waar mijn beste ik zich verbindt met de beste ander, waar liefde is in plaats van conflicterende belangen. De beweging naar die liefde, naar “God,” is vergeefs zeggen mensen, het is een horizon die wijkt, ja, misschien, maar het is een horizon die mijn koers verlegt zodat ik in een ander landschap kom. Voorzichtig, mijn hoofd nog vol met taal en beelden van het landschap dat me zo’n pijn doet, waar ik leef en niet werkelijk weg wil, maar als een vreemdeling opnieuw naar terug wil gaan, met nieuwe woorden, een andere oogopslag.

Ik ga zitten zoals ze al eeuwen doen en zet de klok op drie kwartier. De schaamte voorbij: ik zit voor een spiegel, een lange, brede spiegel met achter mij het grote raam met uitzicht over de stad. Narcist zul je denken, moet ik zelf soms denken, maar ik kijk niet om te bewonderen. Ik kijk om te zien. Om de pijn en spanning op mijn gezicht te lezen en te verstaan voor wat ze zijn: signaal en teken van het aards bestaan, niet wereldvreemd, normaal en mogelijk onvermijdelijk, het heeft hoe dan ook geen zin me tegen die pijn en spanning te verzetten.

Ik kijk mijn ogen in. Links en rechts spreken verschillend en opeens zijn mijn gedachten weg en zie ik daar onafgebroken een gezicht, een mens, een wezen dat zomaar is ontstaan en zonder zeggenschap aan de kapstok hangt zoals een jas. Ik recht mijn rug en nek en voel de as die heel mijn lijf verbindt en hoog houdt. 

Minuten gaan voorbij waarin de gisterenwereld komt en gaat en ik met nieuwe kracht de beelden zie waarin ik samen met al het andere bewoog. De oranje lucht in de ochtend toen ik vanuit het station vertrok. De steile cipres die als een kerstboom in een tuin oprees. De bomen en struiken waaraan ik voorbij liep en de vogels rondom maaltjes door de mens bereid in zakjes aan tak of hek geknoopt. Hoe heel de stad scharniert en ondeelbaar alles en iedereen omvat en toelaat zoals ook een dag dat doet.

Ik voel weer kracht. De liefde die me lopen laat op weg naar wat ik wil: waarde creëren, iets moois laten ontstaan. Samenwerken.