Categorieën
Bezinning Broeder van het Leven

Bedankt Jan!

“Mijn hart is niet hoogmoedig, Heer,
mijn ogen kijken niet verwaand.
Ik streef ook niet naar grote daden
hoger dan ik reiken kan.

De stormen zijn bedaard in mij
en vredig is mijn geest.
Zoals een kind op moeders schoot,
zo veilig voel ik mij.

Pakweg tien jaar geleden maakte ik anderhalf jaar deel uit van een experimentele kloostergemeenschap van kapucijnen* en leken in Velp (N-Br.). Er was nog maar een handvol kapucijnen toen ik daar kwam. De orde was en is langzaam aan het uitsterven. Het idee van het kloosterexperiment was om het gebouw, de spiritualiteit en kernwaarden van de kapucijnen op leken over te dragen, zodat de plek bewaard zou blijven voor de toekomst.

Dat het klooster die bewaring ‘waard’ is, voelde ik onmiddellijk toen ik daar voor het eerst aankwam. Het gebouw uit 1733 doemt op uit het groen nadat je een lange oprijlaan bent overgegaan. Het is omheind en omgeven door brede sloten, en ademt geborgenheid. Achter de grote, groene poort met een deurtje in het midden rust een moestuin, een kloosterbos en een boomgaard. Een ‘wolk van gebeden’ hangt in de gangen en schitterende Refter waar de monniken eten. Aan een hoek van de tuin ligt een uitkijk over een stille plas water, waar aan de oever een bootje dobbert. Binnen val je als bezoeker temidden van het doorleefde hout, de oude klokken en schilderijen gemakkelijk in een groef van inkeer. Weg van de hectiek van de stad, in de boezem van “God”.

Mijn warmste herinnering bewaar ik aan het avondgebed waarmee ik samen met de senior kapucijn de dag afsloot. Een lange, frèle man van 88 die vijf jaar in Amsterdam in een volksbuurt had gewoond om tussen ‘gewone’ mensen te zijn. Hij was priester en had gestudeerd, maar werkte al die jaren aan de lopende band van een autofabriek. Hij had geworsteld in zijn leven. Met het verbod op intimiteit. Met de neergang van de kerk. Maar hij had zich verzoend. Ik voelde liefde in zijn keuzes, zijn aanwezigheid en zachte bescheidenheid.

Hij moest uiteindelijk naar een verzorgingstehuis, maar een tijdlang namen we klokslag 21.00u plaats in de houten banken van het koor. Het was een schaars, maar warm verlichte, middelgrote kapel in een hoek van het klooster. Grote schaduwen volgden onze bewegingen, terwijl we gebroederlijk naast elkaar gingen zitten onder de hoge ramen van het koor. Hij wachtte altijd even voordat hij zijn psalmboek pakte. Hij vouwde dan zijn perkamenten handen samen tot een gebed, terwijl de mijne roerloos op mijn benen lagen. Als hij zijn boek pakte, wendde hij zich met gekromde rug naar me toe. Een zachte knik, zijn eerste regel. Na afloop reikte hij me steeds de hand om me met gebroken stem te bedanken voor het samenzijn.

Dankjwel voor je liefde Jan. Ik denk nog wel eens terug aan die avonden. Als ik last heb van angst dat plannen van mij niet slagen zullen, hoor ik deze psalm:

“Mijn hart is niet hoogmoedig, Heer,
mijn ogen kijken niet verwaand.
Ik streef ook niet naar grote daden
hoger dan ik reiken kan.

De stormen zijn bedaard in mij
en vredig is mijn geest.
Zoals een kind op moeders schoot,
zo veilig voel ik mij.

Zoek, Israël, uw toevlucht bij de Heer
van nu af voor altijd
.”

Psalm 131.

* De christelijke kapucijnen behoren tot de Franciscaanse monniken familie. Hun inspirator Franciscus van Assisi was in het 13e eeuwse Italië geboren als zoon van een rijke textielkoopman, maar hij gaf al zijn kleding en bezittingen weg om in radicale eenvoud “God” te dienen. Franciscus schreef het beroemde Zonnelied waarin hij broeder- en zusterschap predikte met alle schepselen; zijn gedenkdag is dierendag. Bijzonder: terwijl Europa met de moslims oorlog voerde, ging hij op pelgrimstocht naar de sultan ten behoeve van de vrede.