Categorieën
Bezinning Broeder van het Leven

Dagopening

Het is 07.20u: wat een zegen om de dag te kunnen beginnen met een korte bezinning. Ik heb zojuist gemediteerd en opgeruimd, om mij heen in het gebouw en op straat komen mensen in beweging voor de dag.

Mijn herinnering is geschokt door het beeld dat ik aantrof bij de uitpuilende afvalcontainers van onze flat: troep in grote overvloed eromheen gestapeld, grof vuil niet toegestaan voor de containers, papieren dozen. De wind had overal doorregende verpakkingen over de stoep verspreid.

Ik keek naar de spullen waarvan sommige best bruikbaar leken en dacht met verbijstering aan het pleidooi voor ontspulling dat ik een week eerder nog had verwelkomd: ja, dat is de weg te gaan! Dacht ik toen. Allemaal onze voetafdruk op aard verminderen tot één! Een gedachte later zag ik mij – goedheiligman – met een boodschappenwagen vol spullen bij de Ikea, binnensmonds foeterend op de koopmanie van alle andere mensen.

Ik keek om me heen, naar de lucht, naar de spullen, naar de kale bomen op het iele gras ernaast. Ik wist dat het winter was, maar het voelde alsof wij en niet de winter het leven uit de natuur hadden gezogen. Iets in mij wilde knielen bij de kale boom om ten overstaan van Moeder Aarde te bidden: Ik ben niet waardig dat ik tot u kom, maar spreek slechts één woord en ik zal gezond worden.*

Zo gaat mijn dag naar de verdommenis, besloot ik. Met deze innerlijke kritiek vermenigvuldig ik de vervuiling – naar binnen, mompelde ik bezwerend. Dit is hoe wij leven. Dit is het systeem waarvan ik onderdeel ben. De goedzakken die hun oud papier alleen wegdoen als elk wit stukje ervan beschreven en benut is, de helden die voor elke nieuwe aanschaf dagenlang struinen bij de kringloop op zoek naar alternatieven: hun daden zijn groots. Zinloos ten overstaan van de Grote Verorbering. Betekenisvol in het licht van de oneindigheid.

Systemen veranderen pas als ze zijn gecrashed, bedenk ik me. In al onze moderne ongelovigheid verschillen we geen spat van de volkeren uit het Oude Testament waartegen onheilsprofeten fulmineerden: In honger en nood gedenken jullie de Heer en zijn geboden, maar eenmaal rijk en comfortabel vergeet je ze in de schittering van jullie kraaltjes en wijn! Dan moest er weer een ramp komen om de mensen tot bezinning te brengen.

Hoe anders is dat nu? Verwoestende bosbranden, tornado’s of overstromingen maken van snelwegliefhebbende politici klimaatbeschermers. Volgens de wetenschappers zullen er nog meer rampen komen. Wie weet wat er dan allemaal mogelijk wordt aan systeemverandering.

Dit is mijn wereldbeeld: onze moraal is geen gave Gods. Ze is evenmin bedacht door de filosofen. Ze is een samenstel van instincten – vertrouwen, rechtvaardigheid, solidariteit – dat ons is ingeprent door duizenden jaren van evolutie. Ze tilt losse dieren boven zichzelf uit naar het lange termijn belang van de groep: samenwerking. De morale instincten bemiddelen in de relaties met andere groepen. En onze verhouding met de natuur: rentmeesterschap. Saillant gegeven: de oorsprong van het woord “geweten” is con-science: samen-weten. Een samen-weten over meerdere generaties wat mij betreft, met alle soorten.

Lieve Moeder Aarde: spreek slechts één woord en we zullen gezond worden.
We hebben helaas aan één woord niet genoeg.

*Vrij naar de christelijke geloofsbelijdenis voor de communie