Categorieën
Bezinning Broeder van het Leven

Dankjewel

Het is laat en ik zit in de trein terug naar mijn kleine klooster in Amsterdam. Het is niet druk in de coupé: plukjes mensen op zich zelf in tweezitsbanken met hier en daar nog lege plekken. Ik weersta mijn impuls om naar telefoon of krant te grijpen en volg mijn adem. Mijn lichaam wordt zacht in de stoel.

Harde beltoon.
Harde beltoon die niet wordt uitgezet.
Ik verstijf en wil me getergd ophijsen om iets te bitsen.

Na een minuut of wat is het stil.
Ik ontspan weer.

Harde beltoon.
Harde beltoon die niet wordt uitgezet.
Ik blijf kalmer nu, maar zie een aantal banken verderop iemand geïrriteerd opkijken, woorden inslikken. Het ligt dus niet aan mij, gaat door me heen, zo lawaaigevoelig ben ik niet, anderen hebben er óók last van.

Na een minuut of wat is het stil.

Harde beltoon.
Harde beltoon die niet wordt uitgezet.
Bijna geamuseerd zie ik weer iemand anders opveren, rondkijken, focusen op het geluid. Woorden inslikken.

De volgende sessie wordt de telefoon aangenomen en op luidspreker gezet. Ik irriteer me en wil nu echt opstaan. Dit kan toch niet!

Het is zaterdagavond en ik zie in mijn herinnering hoe aan het begin van de reis een man de coupé inschoof met bomberjack en verwarde ogen. Pas op, gaat door mij heen. Geweldsbeelden. Nieuwsberichten over conducteurs die dood zijn geslagen in de trein, Joep Kloppenburg die tot pulp werd geramd in Amsterdam omdat hij een goedbedoelde opmerking maakte.

Zit het uit, broeder, fluistert een stem in mij. Een verstandige stem, een liefdevolle stem.

Het telefoongesprek gaat door, luid, en galmt de coupé door. Verderop kijken twee mensen op, gepikeerd. Zakken neer. Achter naast mij begint iemand in zich zelf te mopperen over hoe asociaal dit is. Nog weer iemand anders slaakt een harde zacht.

Het is even stil.
Harde beltoon. Telefoon op luidspreker. Een hardop gevoerd gesprek. Ik zie de twee mensen verderop weer opveren en omkijken. De spanning begint op te lopen. Daar, de mevrouw staat op en komt op de man afgelopen. Wat een heldin, gaat door me heen.

Gaat het met u meneer?” vraagt ze met warme toon. Het raakt me. Mijn stemming slaat volledig om en met verbazing zie ik hoe de mevrouw van de man in de bomberjack de telefoon krijgt aangereikt. Vanaf de mobiel horen we over de verwarde toestand van de man die in de verkeerde trein is gestapt. Wiens tas is gestolen. Die nu naar zijn moeder moet in Kersenboogerd, en daarvoor moet overstappen in Amsterdam Sloterdijk. De mevrouw aarzelt, “ik moet er zelf al eerder uit,” hoor ik haar zeggen, maar andere gedachten gebeuren in de lucht: ze overweegt met hem verder te reizen.

Iets in mij wil niet en iets in mij wordt opgetild. Ik sta op en loop naar de twee. “Ik moet er in Sloterdijk uit. Ik wil wel helpen met overstappen.” Ik zie de man in bomberjack hulpeloos gebogen over een tafeltje met een doos vol pillen. De mevrouw geeft mij de mobiel. Een kalende man met bolle wangen kijkt me vanaf het scherm opgewekt aan. Hij steekt zijn duim op.

In Sloterdijk gaan bomberman en ik op een bankje zitten, wachtend op de aansluiting naar Kersenboogerd. Kort en snel vertelt hij dat zijn vader vroeg gestorven is, dat hij misbruikt is, dat hij bij wonder erboven op is gekomen en in een verzorgingshuis werkt met dementerenden. Dat is zo fijn om te doen. Ik hou van treinreizen en mooie stations, meneer, zegt hij. Groningen, Arnhem. Kent u die? Hij vraagt waar ik vandaan kom. Bomberman vertelt me dat hij van de natuur houdt, van bloemen die hij bijna allemaal bij naam weet: het bleek bosvogeltje, de bokkenorchis. Na twintig jaar samenwonen, overleed zijn partner twee jaar geleden. Nu herstelt hij van een psychose. Binnenkort gaat hij opnieuw samenwonen.

Harde beltoon.
We kijken samen in het beeldgesprek naar een man die een sigaretje aan het roken is en vrolijk door de kamer loopt. Hij spreekt Bomberman speels, maar bijna vaderlijk toe. De trein komt en we lopen naar de deuren. We zwaaien. Ik kijk hoe Bomberman al pratend in de mobiel in de coupé gaat zitten. De trein rijdt het station uit.

Dankjewel voor de liefde, mevrouw in de trein.
Dankjewel voor de liefde, meneer in de telefoon.
Heb het goed bomberman, met veel bloemen in je leven.