Categorieën
Bezinning Broeder van het Leven

“God”

Vanochtend op weg naar de trein hoor ik – hoewel het nog donker is – luid getjilp van vogels op het stationsplein. Het doet me altijd deugd die fladderende fluiters te horen, levende muzikale luchtbrug terug naar de tijd van de dinosaurussen, maar hier nu zo Hollands, op het station van Sloterdijk.

Ik ben in mijn sas deze ochtend, in mijn hum, ik loop lijkt het wel in de lijnen van het universum. Elke sensatie bevalt mij en blijft niet kleven. Ik ga door, kijk rond, begroet. Waarom zou het ook leven ingewikkeld zijn? Er is zoveel moois te zien, te vinden, om mee te zijn. Neem dit plein, eens een grote plak asfalt, nu een wilde bos struik en bloem waar middenin de winter vogels zingen.

Wat is Nederland toch beschaafd en fijn om in te wonen. Zo rijk aan goede dingen door generaties op gebouwd, verworven, en nog lang niet af. De trein stopt op tijd, de mensen wachten vriendelijk, de temperatuur binnen is behaaglijk. Ik klap een tafel uit, spreid mijn proviand van koffie en banaan, en sluit mijn laptop via het gemeenschappelijke netwerk aan op de wereld. Alles werkt: mijn adem, mijn hart, de lampen in de coupé. De trein zoeft vaardig door het donker.

Religie is helemaal niet ingewikkeld. Je hebt er ook geen instituut voor nodig. Al wat telt is de verbinding. Je intentie om die te maken. Tijd en ruimte aan jou gegund.

Ik kijk naar mijn gedachten die als bootjes varen op de stroom van mijn bewustzijn. Ik stap van bootje naar bootje, van het denken naar het voelen, van de vele vaartuigen in mijn bewustzijn naar het ene dat alles omvat. Kijk: daar is “God”.

Ben je niet eenzaam in dat klooster,” vragen mensen mij soms, “daar hoog in de lucht, met niemand anders dan je zelf?” Hoewel ik in de trein zit nu, zie ik mijzelf vanuit mijn kleine studio in Amsterdam naar buiten kijken. De studio die ik tot een klooster maak iedere keer dat ik op mijn knieën zak, een kaars aansteek, mij stil maak om te voelen wat er is buiten de koers van mijn kleine ik en doelen – goed zoals ze zijn en te genieten, maar het bestaan is zoveel méér dan die ene Damiaan die kijkt door de ramen van een studio in Amsterdam, waar hij in het voorbijgaan van de dag de wenteling van de aarde ziet, of de grote trek van de wolken met daaronder het verkeer van auto’s en fietsen, wandelaars en vogels.

Ik geloof enkel wat ik zelf ervaar of door intuïtie sterk vermoeden kan. Als ik mij, zoals deze ochtend in de trein of zo vaak daar hoog in mijn studio, afstem op die grote, wonderlijke ontplooiing van het leven, dan voel ik liefde en in die betekenis geloof ik aan “God”. Ik voel me nooit eenzaam, want ik weet me nooit werkelijk alleen.