Categorieën
Broeder van het leven

Samen poetsen op een afvalcontainer

Het is zondagmorgen, over een half uur ga ik met één van de andere 153 bewoners van dit gebouw de stoep schoonmaken rondom onze vuilcontainers. De stoep die iedere week wordt vol gebouwd met rotzooi van bewoners die helaas niet het geduld hebben om te wachten op de grof vuil dag en ook niet de moeite nemen hun kartonnen dozen in stukken te scheuren zodat deze passen bij het oud papier. Als ik de troep gedurende de week zie opbouwen, word ik soms bevangen door bitterheid, maar op eens was daar een initiatief van een medebewoner om op te ruimen: hulde! Dat wil ik ondersteunen!

Stiekem ben ik ook benieuwd naar wie zo’n initiatief neemt. Uit de oproep in onze facebookgroep maak ik op dat het een vrouw is: veel emoticons en spontaan zorgzame erupties zoals het aanbod bij een zieke medebewoner een “kruidentheetje” voor de deur te zetten. Als ik me in het profiel verdiep, blijkt het een man. Gay? – ik schaam me, die vooroordelen toch!

Het maakt niet uit, ik ga gewoon poetsen. Een uurtje met een wildvreemde onze gemeenschappelijke leefruimte schoonmaken. Een mooi begin van de dag.

Verraad

Stipt op tijd sta ik met mijn emmertje vol groene zeep op de stoep … alleen. Het is zondagochtend, hij zal wel later komen, sus ik mijn teleurstelling. In de achtergrond van mijn hoofd piept een andere gedachte die ik he-le-maal niet wil denken: een vooroordeel te maken met zijn huidskleur. Nors vanwege mijn eigen bekrompenheid en licht rancuneus omdat ik me in de steek gelaten voel, begin ik met wilde bewegingen wat troep op te ruimen en in de container te doen.

Na een poosje bedaar ik. Achter mij snelt een jongeman met afvalknijper voorbij, hier en daar een prul prikkend om een grote vuilniszak te doen. Hij heeft de vaart er goed in en is duidelijk geoefend. “Bedankt! roep ik als hij verder loopt. Hij draait zich om en knikt. “Dit is mijn wapen en dit is mijn schild!” roept hij en steekt zijn prikker en vuilniszak omhoog.

Er zijn hier dan wel geen andere bewoners, maar ik ben niet alleen.

Ik besluit één uur schoon te maken en daarbinnen een project af te bakenen. Het wordt de zijkant van de afvalcontainer die precies in onze zichtlijn volkomen onder de verfklodders zit. Daar ga ik dan: met aandacht, beweging voor beweging, het vuil goed natmakend om in te weken en daarna met een stok de verfklodders lospeuterend. Af en toe zet ik een paar stappen achteruit om het resultaat te aanschouwen.

Na een uur houd ik op: de hele zijkant blinkt, een baken van orde en harmonie in de nu iets minder sneue omgeving. Dat voelt goed! Daar heeft die medebewoner me toch mooi toe geïnspireerd.

Een jonge, Aziatische vrouw komt naast me staan. Ze zegt, haast fluisterend: “thank you for doing this.” Ze blijkt ook in de flat te wonen. De volgende keer wil ze meedoen. Ze vertelt dat ze de sleutel van de buurthuiskamer heeft die op de begane grond van ons gebouw ligt. Dan kunnen we na afloop thee drinken.

Het voelt gezellig en positief. Ik ben blij dat ik er op uit ben gegaan. Ik deed het voor iedereen en voor mezelf, en dat is een uitstekende balans. Ik heb het positieve sterker gemaakt en daarmee het negatieve als vanzelf kleiner.

Ik voel liefde. Veel dichter bij geluk kun je niet komen.