Categorieën
Bezinning Broeder van het Leven

Dagsluiting

Het is het midden van de avond. Ik heb zojuist gemediteerd en even gedanst en gezongen. Zo meteen ga ik slapen, maar er hangt nog iets voor de geest wat ik een plaats wil geven. Iets: beelden, indrukken, schijnbaar zonder verband en tóch lichten ze nu bij me op.

Zoals deze: de intimiteit van een oud stukje stad in Nijmegen, onaangeraakt door het grote vergissingsbombardement van WOII. De straat helt omhoog en is breder dan moderne straten. In mijn geest zie ik wagens met paarden naar beneden komen, klassieke auto’s. Plotseling doemen vlammen rondom de huizen hoog de lucht in. Ik loop omhoog over de stoep en kijk naar de overkant van de straat waar in een kamer boven een winkel juist een licht ontstoken wordt en fraaie houten hanenbalken zichtbaar worden. In het voorbijgaan aan een oude gevelsteen met goud blinkend wapen draait mijn hoofd vanzelf om.

Geen idee waarom ik juist hier aan terugdenk. Of toch: ik voel de diepte van de tijd, hoe alles vloeibaar is, hoe mijn gang door de tijd een voortzetting is van een veel grotere beweging. Ik voel angst ook dat wat mij mooi en dierbaar is verloren gaat. Dat waar ik in geloof geen vastigheid heeft. Dat mensen mijn lieve praatjes doorzien en ik een klootzak blijk.

Nog een beeld: de twee poten van een kauw op een stenen muurtje voor de schouwburg. Met onmiskenbare gratie stapt de vogel met de ene poot schuin voor de andere poot langs en laat die diagonaal dan staan, even, om daarna vlug verder te stappen. Dat éne moment van stand dat ik in het voorbij gaan registreer – een wonderlijke vang van koers en stilstand in dezelfde beweging.

Weer die vloeibaarheid, meer bemoedigend nu. Ja, wij gaan voorbij: alles wat ons dierbaar is, zo vast en eeuwig lijkt. Maar temidden van het vuur en de verandering licht dat ene moment van liefde op. De behaaglijkheid van de goede wil die met aandacht en overtuiging het kleine stukje leven koestert dat we kregen.