Categorieën
Bezinning

Terug bij “God”

Dagopening

Het is nog aan het begin van de morgen. Ik ben content: ik ben op tijd uit bed gegaan voor een douche, ruim vóór het moment van bidden, waar ik tien minuten voor het begin al klaar voor was.

Wat fijn om mijn nukken en grillen ondergeschikt te maken aan een dieper verlangen, een verlangen naar Liefde – niet louter de liefde van persoon tot persoon, maar een liefde die heel het leven omvat: de waarheid van het uitdijend heelal, het ondoorgrondelijk mysterie van tijd en ruimte, van zwaartekracht en elementen, die eeuwige jeugd van het bestaan waarvan wij slechts een seconde zijn.

Ik schaam mij omdat ik mij zo graag terugtrek. Weg van mensen, van familie en vrienden en wie dat van mij willen zijn. Ik praat van liefde – onvoorwaardelijk en alomvattend – maar zij komen naar mij met open armen en ik geef niet thuis!

Het is pijnlijk, voor hen, voor mij. En toch, nu ik hier alleen in mijn kloostertje ben: ik hou van ze. Pas nu ik op deze vroege morgen zie hoe de dag verschijnt met de lome, diepe kracht waarmee de aarde wentelt naar de zon, wiens glinsterende schijnsel aan de horizon de ramen oplicht van twee lange, smalle torens; pas nu op de muren van mijn klooster een schaduw trekt over de structuur van het stucwerk en ik de spullen om mij heen zie zonder plan om ze te gebruiken; pas nu word ik zacht en nederig, ontwapend en kwetsbaar, liefdevol en kalm.

Ik ben weer terug bij “God.”