Categorieën
Bezinning

De vrijheid die geen vrijheid is

Een dinsdagochtend in maart, een half jaar op weg in mijn klooster-experiment. Broeders en zusters: ik worstel. Ik schrijf het maar voluit en kiep de angst weg voor jullie oordeel. Uiteindelijk schrijf ik voor niemand in het bijzonder of het moet die ene zijn, van binnen, die in en rondom ons allen is.

Waarom worstel ik? Ik worstel met de vrijheid. De vrijheid die me de ruimte geeft om alles te doen of laten wat ik wil. Wat ik wil, is namelijk niet eenduidig. Mijn wil bestaat uit een duizendvoud aan ingevingen, ja’s en nee’s, fantasieën en verlangens. Een kruispunt van wel honderd wegen van waaruit evenzovele boodschappers komen om met mij te praten: de stemmen van de mensen die in mijn leven zijn, de flarden van gesprekken die ik opvang, de wolk aan boodschappen die opstijgt uit het nieuws en de stad. Ze fluisteren mij ideeën in voor acties. En als ik me aan die wolk onttrek en de stilte zoek, komen de ideeën wel binnen, waar een schat aan indrukken ligt te wachten ligt om te worden verwerkt en herhaalde herinneringen allerhande levenslessen verkondigen.

Zojuist heb ik in de vensterbank van mijn kloostertje een boterham gegeten. Ik weersta de zuigkracht van het apparaat waarin de wereld woont en een orkest voor mij wil spelen. Ik kijk naar buiten, naar beneden, waar in de bocht van het spoor in het gouden licht van de morgen een metro komt aangereden. In niet meer dan een ademtocht is ze voorbij, maar nog hoor ik haar onderbroken ritme over de bielzen, zie ik het glanzend grijs van de wagens met achter gedrongen ramen mensen die verstopt achter het glas door tijd en ruimte reizen.

Ik sluit mijn ogen. Niets van wat ik net ervaarde, heb ik van tevoren gewild. Niets van wat er net gebeurde, vloeide voort uit mijn vrijheid of het moet de keuze zijn om niets te doen, om te wachten op wat komt. De grote ontvouwing van de dingen rondom, waarvoor ik ruimte kreeg door de vrijheid van mijn eigen wil los te laten.