Categorieën
Verbinding

Dagsluiting

Elf uur vanochtend. Ik heb tien appelflappen gehaald en maak de buurthuiskamer klaar als vrijwilliger van de landelijke zwerfafval dag van Nederland Schoon. Samen met buurtbewoners ga ik een uurtje troep opruimen.

Het bestaan alleen al van zo’n “buurthuiskamer” doet me goed, met echo’s van een vervlogen idealisme – is daar nu behoefte aan bij moderne mensen? Ja, zo blijkt. Geen massa’s mensen, maar de buurt is nog in aanbouw en van de vier gebouwen die er staan, zijn al bewoners betrokken. Via hun sociale media en appgroepjes bereiken ze allemaal weer andere bewoners.

Veel jonge mensen; ik ben met mijn 48 bijna de oudste. Van heel divers pluimage ook. Een jonge Chinese kunstenares – “I call myself a social artist” – met kunstig geëpileerde wenkbrauwen. Een ontspannen vormgever annex skater met rasta-haar, een halfbloed. Een Hollandse filmmaker die net in de Bijlmer een bijbaantje kreeg als sociaal werker. Een Oekraïnse event-organisator met zoontje van zeven dat in tegenstelling tot zijn moeder vloeiend Nederlands spreekt.

Onze stoet vandaag wordt voorgegaan door een zwoel geklede Turks-Nederlandse jongen met ster-allures. Dansend op zelf gemaakte liedjes, die hij via een mobiele speaker afspeelt, gaat hij ons voor. Hij lijkt mild beschonken en trekt zich er niets van aan dat hij over het fietspad danst. Maar de mensen die moeten stoppen, zijn niet boos. “Ohh… sorry,” zegt hij met fluwelen bewegingen en een lieve glimlach. Fronsen en irritaties smelten – daar gaan zijn armen de lucht in, zwierig zwaaiend met een fel gekleurde afvalprikker.

In minder dan een uurtje prikken, verzamelen we zeven vuilniszakken met troep. Bij het prikken van een blikje tussen de struiken wissel ik wat woorden met een Syrische statushouder in leger khaki. Met zachte oogopslag vertelt hij dat hij binnenkort naar Oekraïne gaat om te vechten. Als revanche naar Rusland (hij vocht in Homs tegen Assad). Ik kijk naar hem terwijl hij met zijn prikker een slinger plastic uit de bosjes vist: een slimme, slungelige jonge man, die me totaal geen vechter lijkt. Maar ik voel: hij meent het. En vreemd genoeg ook: het klopt voor hem. Met dezelfde nuchterheid waarmee we constateren dat de vuilniszak vol zit, zegt hij: “there is no justice.”

Na het prikken denk ik nog lang over hem na. Met een paar woorden en een oogopslag werd ik deelgenoot van een compleet andere wereld die letterlijk aanraakbaar naast me liep. Toch voelde ik weinig verschil tussen zijn manier van denken en handelen en die van mijzelf twintig jaar terug. Een zelfde verlangen om iets goeds te doen. Een zelfde trouw aan innerlijke principes, ongeacht de consequenties. Maar er hing een vreemdsoortig cynisme om hem heen dat ik nog niet kende. Een cynisme over de wereld – “I have seen things” – dat niet was door gelekt naar het eigen hart en daar voor mijn gevoel ook niet snel terecht zou komen. Hij had de betekenis gevoeld van trouw en de waarde van principes. Zijn handelingen bleven zinvol ook al werden de resultaten ervan op de lange termijn niet door de realiteit bevestigd.

People are less than animals, beliéve me.” Mogelijk. Maar het is niet onze enige potentie. Dat voelde ik hier vandaag. De verbondenheid van samen handen uit de mouwen voor het algemene belang. De impuls om in een ander land voor mensen te vechten. De open huiskamers in Europa voor de Oekraïnse vluchtelingen.

De troep en de bloemen. De vernietigende raket en de uit solidariteit wapperende vlag. De dingen buiten, je kunt ze niet kiezen. Hoe je ermee om gaat, van binnen, dat is onze ruimte.