Categorieën
Bezinning

Wonder zonder God

Zomaar een donderdagochtend in een week van mijn leven. Een ochtend die mij dichter bij de kern van dat leven brengt door er bij stil te staan, nu.

Het ochtendlicht stroomt rijkelijk mijn kloosterstudio binnen via de menshoge ramen waardoor ik vanaf veertien hoog op Amsterdam uitkijk. Fietsers en auto’s rijden voorbij. Een metro komt aangereden. Boven het spoor trekt een zwerm vogels.

Ik zit in kleermaker op een groot perzisch tapijt dat in het midden van de kamer ligt. Het tapijt was ooit topstuk in het Heerlens huis van mijn grootouders. Ik denk aan dat huis. Hoe het licht door de glas en lood ramen van de eethoek viel. Het enorme schilderij van de oogst van een korenveld. Het glooiend grasveld achter, waarover een sierlijk pad oneffen stenen slingerde naar een oude, gedrongen eik.

Mijn telefoon staat op onbereikbaar en speelt onafgebroken Gregoriaanse kerkmuziek. Ik pel een sinaasappel. De omstandigheden zijn vredig en goed: ik ben gelukkig. Ik voel me verbonden met mijn familie, de stad, het hele leven eigenlijk.

Na een tijdje sta ik op om langzaam om het tapijt heen te lopen. Ik kijk om me heen: naar de spullen, naar mijn voeten op de vloer. Ik raak een lamp aan en plotseling word ik wakker in mijn eigen verhaal. Een verhaal waarvan ik zelf de schrijver ben, maar dat tegelijk ook onderdeel is van een veel groter verhaal, dat géén schrijver kent. De grote ontvouwing van het leven. Het open verhaal van allemaal waarvan niemand verloop of einde kent. Een verhaal waaraan we dagelijks mee schrijven.

Ja, er zijn dingen die ik wil en moet doen vandaag. Maar om voorbij de dingen het grote wonder van dit zijn te voelen – dat is het anker van mijn spiritueel leven. Een wonder zonder God, dat woord en idee waarmee we ons tot het wonder proberen te verstaan. Maar het wonder heeft onze taal en gedachten niet nodig. Het voltrekt zich hoe dan ook. En wij mogen er, voor een moment, deel van zijn.