Categorieën
Bezinning Verbinding

Amsterdamse Apartheid

Afgelopen zondag zong ik mee met een pop-up koor in Amsterdam. Dertien jaar geleden heb ik het zingen ontdekt als een directe manier om me te uiten en te verbinden met het leven. Hoe heerlijk is het je eigen stem te horen in een melodie die je vervoert met teksten die je pakken, alsof je hele wezen voelbaar wordt in klank, onaanraakbaar en vluchtig, maar zo dichtbij en diep. Helaas was ik door tijdgebrek en voor muziek minder gunstige leefomstandigheden jaren nauwelijks aan zingen toegekomen. Maar hier stond ik dan, in de mooie Dominicus kerk in Amsterdam-centrum, met een man of 90 te zingen op de liedjes van een zanger van wie ik houd: Ramses Shaffey.

Mannen en vrouwen van alle leeftijden. Zachte mensen. Alleen, en daar roerde mijn criticus zich: allemaal wit! Was ik helemaal vanuit het dominant witte Nijmegen naar Amsterdam terugverhuisd voor de diversiteit, belandde ik weer in de Apartheid! Ik herinner me die Apartheid van mijn studententijd in de jaren ’90. Ik kwam destijds op de universiteit van Amsterdam of in mijn studentenflat in het centrum nauwelijks iemand van kleur tegen. In de stad, markt of metro wel, maar ik ging niet met ze om. Ik verkeerde gewoon in witte kringen, van de meeste baantjes die ik had tot de bioscopen en kroegen waar ik kwam.

Alleen bij de daklozenopvang waar ik hielp met soepscheppen en kledingsorteren, leek het anders. Ik kreeg andere, meer kleurrijke contacten. Tot ik daar ooit met een Berber bevriend raakte en hem een avond op sleeptouw nam naar plekken waar ik graag kwam. Halverwege de avond wilde hij niet meer. Hij zei: “ik voel me net jouw aapje.” Met een schok realiseerde ik me dat we alleen op ‘witte plekken’ kwamen. Ik voelde heimelijk bij mezelf trots juist daar met hem naar binnen te gaan, alsof ik anders was dan die andere witte mensen, beter, kosmopolotischer… Hij had verdorie gelijk.

Sinds die avond realiseerde ik me hoe sterk Nederland en zelfs de grote steden gesegregeerd zijn. Er was en is geen wet die tot Apartheid dwingt en er waren en zijn heus wel plekken waar een smeltkroes is, maar de overgrote meerderheid van kleuren leeft van elkaar apart. Dat was in de jaren 90 zo en is anno 2022 kennelijk niet anders. Zonder na te denken over kleur, ging ik doen wat ik graag doe op een plek midden in Amsterdam met andere mensen die dezelfde voorkeur hebben. Maar we waren allemaal wit. Het was niet dat mensen van kleur niet welkom waren, maar ze kwamen gewoon niet.

Wat een bizarre opdracht: ik wil bijdragen aan een nieuw Nederlands verhaal – een inclusief verhaal – waar we als land rekenschap afleggen van ons verleden, voor de uitbuiting en het kolonialisme, voor de schaamteloze slavernij, de moorden en martelingen. Maar als ik even niet nadenk en bevlogen liedjes over broederschap ga zingen, bevind ik mij plots precies in het verhaal dat ik niet meer wil: van segregatie, van Apartheid.

Wat te doen? Ik voel verzet tegen de erfschuld van mijn witte huid. Ik stam af van fabrieksarbeiders uit het Ruhrgebied. Mijn voorouders krepeerden in de 19e eeuw in stedelijke krotten en moesten vaak zes dagen per week 12 tot 16 uur per dag werken – onder miserabele omstandigheden in helse fabrieken. Ook kinderen werden zonder pardon aan de machines gezet. Het leven was klote voor de meeste ‘witte mensen.’ Maar zie wat er dankzij strijd en emancipatie van gekomen is: AOW en gezondheidszorg, scholing en stemrecht, volkshuisvesting. Zelfs wie niet werken kan, krijgt via bijstand geld om te overleven. Het kan vast beter, maar het is haast nooit en nergens zo goed geweest als nu.

Ik voel dan ook trots op Nederland, op een dynamische manier: door te zien wat goed is en open te staan voor wat beter kan. Ons land is in twee-drie generaties onherkenbaar ten goede veranderd. Dat geeft moed om verder te strijden voor rechtvaardigheid en solidariteit over de grenzen van kleur en grens heen. Het nationale zelfonderzoek juich ik dan ook van harte toe. Ik daag intussen mijn eigen vooroordelen uit, kijk naar mijn (verborgen) privileges en zoek actief mogelijkheden meer in contact te komen met mensen met andere achtergronden.

Tegelijk voel ik verzet als ik op mijn knieën moet voor wantoestanden die ik niet heb begaan en waar mijn voorouders drie en vier generaties terug zèlf gebukt onder gingen. Dat de uitbuiting gedaan is door witte mensen, maakt nog niet van alle witte mensen uitbuiters. Zelf leef ik al twintig jaar onder het sociaal minimum: wat kunnen mij die rotcenten en status schelen, ik wil een betekenisvol leven! Dat is voor mij een leven waar we onze rijkdom delen, waar iedereen kansen krijgt en we elkaar in onze waarde laten en naar uiterlijke oppervlakkigheden niet talen.

Och, wat had ik daar in die kerk graag gezongen met een dwarsdoorsnede van de samenleving. En hoe frustrerend is het dat mensen van goede wil, die van zulke lieve en verbindende liedjes houden en waarschijnlijk stuk voor stuk tegen racisme zijn, ongewild alleen met eigen kleur samenkomen. Kan dit anders? Ik vond het leuk om daar te zingen, maar ik wil toch echt op zoek naar verbondenheid voorbij de hokjes van de ongeschreven Apartheid.

Goed, ik ga op zoek naar een andere gelegenheid om te zingen, met meer diversiteit. Er zullen vast plekken zijn waar mensen van de hele regenboog komen in een stijl die mij past. En als ik zin heb doe ik gewoon weer mee met het pop-up choir. Met Pinksteren Imagine van John Lennon. Iedereen is uitgenodigd!

Hallelujah Amsterdam
Daar waait een nieuwe wind over de Dam
Over ’t Spui en het Rokin
En zet de tijd niet terug, het heeft geen zin
Want het gaat verder, het gaat door
En ik heb je lief, oho!

Ramses Shaffey