Categorie├źn
Broeder van het Leven

Dagsluiting

Het is voorbij het midden van de avond. Buiten is de schemering begonnen, binnen heb ik net de kaarsen op het kleine, houten altaar aangestoken. Die op de vensterbank ook. Het wit van de bloemen in de vaas straalt zwakjes uit temidden van de inslapende kleuren van de dag. Door het grote vensterraam van de klooststudio kijk ik vanaf veertien hoog naar de stad. Kalme pianomuziek klinkt door de ruimte. Ik voel me dankbaar: mijn leven is goed.

Op eens realiseer ik me weer dat “God” liefde is. Niet alleen de liefde van het enthousiasme en de instemming met de juiste omstandigheden, maar ook de ruimte die toelaat – ongeacht wat er is – en er warmte aan toevoegt.

Ik zie de worstelingen van mijn dag: het zoeken, het struikelen, mijn onvolkomenheden en karakterzwaktes. Ik heb ze lief, onderdeel van mijn zijn vandaag, zoals ook de mooie, half bewolkte zomerdag dat was. De uitgestrekte bossen waar ik liep. De welvaart van de dorpen waar ik doorheen fietste. Het ijsje met de slagroom, zo gul aangeboden (zelfs onder het bolletje, een hoorntje vol: verrukkelijk!). Ik at het sneller op dan mijn ideale zelf zou doen, maar hee, daar is het ook mijn ideale zelf voor. Ik heb me er even lief om.

Dichter bij de liefde kan ik voor mij zelf niet komen. Of het moet de liefde voor een ander zijn. Voor de stad zoals ze is, de auto’s op de weg beneden, hun lichten zoekend door de vallende avond.